Color grading is ontzettend complex en tijdrovend. Helaas is het daarom te kort door de bocht om te denken dat één simpel filter er overheen gooien voldoende is. Ik leg je graag uit waarom.

Bij een video van één minuut zie je soms meer dan 100 verschillende shots voorbij komen. Wanneer niet alle shots gebalanceerd zijn ga je enorme verschillen ontdekken, wat er vervolgens voor zorgt dat het je afleidt van het verhaal. In elke ruimte waar je filmt is het licht anders. Veel ramen? Weinig ramen? TL of LED lampen? Er zijn ontelbare factoren die je shot beïnvloeden. Dat is iets wat een colorist dient op te lossen. Dit noemen we het graden van de shots.

Maar zoals altijd geldt; voorkomen is beter dan genezen. Daarom zijn wij tijdens het filmen al bezig om zoveel mogelijk problemen te voorkomen. Eén van die oplossingen op de set is het gebruik maken van een colorchecker. Een colorchecker stelt je in staat om de exposure en witbalans vrij nauwkeurig te kunnen aflezen tijdens het filmen en in de nabewerking.
 

 


Balanceren

Om een montage netjes te kunnen graden, begin ik altijd met het balanceren van alle shots die in de montage te zien zijn. Als eerst zorg ik dat de exposure, de belichting, van elk shot klopt. Met andere woorden; dat zo min mogelijk informatie uit het shot over- of onderbelicht is. Daarna pas ik de witbalans aan. Onze camera geeft in het ruwe beeldmateriaal vaak een wat groenige tint aan het shot. Dit corrigeren we, zodat wit ook echt wit is.
 

 

Als je langer dan 30 seconden naar een shot kijkt kun je al niet meer zien of iets wel of niet wit is. Dit kun je onder andere controleren met de RGB Parade. Deze tool zit vrijwel standaard in elke videobewerking software en is onmisbaar. De RGB Parade lees je als volgt. Bij de nul liggen de donkere pixels en bovenin kun je de sterk belichte pixels van het shot aflezen. Wit heeft van alle drie de kleuren (rood, groen en blauw) precies even hoge waardes. Daaraan kun je controleren of een shot dan ook een goede witbalans heeft.
 

 


Secondaries

Als dat allemaal gedaan is ga ik verder met de ‘secondaries’, oftewel de fijnere aanpassingen. Denk hierbij bijvoorbeeld aan het aandikken van hitte zoals in het shot hieronder. Of het verbeteren van huidtinten van mensen. De truc is om subtiele veranderingen te maken. Valt het op dat er aan het shot gesleuteld is? Dan begint het nep te lijken en ontkracht je opnieuw het verhaal.
 

 


Look & Feel

Als alle stappen doorlopen zijn is het tijd om een toffe ‘look’ te maken. Persoonlijk vindt ik dit het leukste gedeelte van het hele proces! Na alle problemen oplossen is het tijd om lekker creatief bezig te gaan met kleur.

Is een bepaalde kleur dominant in de huisstijl van een merk? Dan kun je daar met color grading gebruik van maken, zodat de video past bij alle uitingen. Gaat het verhaal over iets persoonlijks? Dan is het misschien mooi om met warme tinten te gaan werken. En gaat het over iets spannends, dan is het misschien gaaf om meer de blauwe kant op te gaan met een beetje zwart wit door elkaar geblend.
 

 

 


Kleuren zijn subjectief

Met een video probeer je mensen iets moois te laten beleven of je probeert ze ergens van te overtuigen. Een video waarvan de witbalans en exposure niet correct zijn gecorrigeerd komt onprofessioneel over en daarmee ontkracht je de boodschap die je wilt vertellen. Wanneer er van shot naar shot wordt gesneden vallen dit soort foutjes extra op. Ook als je de video in de look & feel fase een warme of blauw tint geeft. Daarom is het goed om alles te balanceren voordat er met kleurenfilters wordt gewerkt.

Net als alles om ons heen kun je natuurlijk iets mooi vinden of helemaal niet. Color grading blijft subjectief, maar als de individuele shots met elkaar overeenkomen komt de video gegarandeerd overtuigender over dan wanneer je het niet doet. Daarom steken wij daar altijd extra veel tijd in en is het een belangrijke stap in ons gehele productie proces.